Vierkanten in het landschap
Auteur: Ton van der Leeden
Ik las (in 2008) een artikel van graancirkelonderzoeker Bert Janssen over de magie van vierkanten en cirkels in graancirkels.
Vaker heb ik al eens nagedacht of er zich wellicht om elk op te sporen leycentrum, bijvoorbeeld op zo maar een kale vlakte ergens in, laten we zeggen een toendra in Rusland, een vierkante energievorm zou moeten bevinden. Denk aan het vierkante grondvlak van de grote piramide van Gizeh en aan de straalkracht van kristalvormen.
Dan hoeven we nog niet eens goed te begrijpen waarom ze stralen want de wetenschap dát ze dat doen brengt ons al wat verder. Wanneer nu ergens vandaan straling komt, zou men dan kristalvorm of een fragment van kristalvorm, dus een vierkant mogen verwachten ? Ik denk eventueel van wel. Ik vermoed van wel.
Van graancirkels weten we dat er zich sterke ley-energie en ook leycentra in bevinden. Dus dan zou het niet zo vreemd zijn om een vierkant om een graancirkel te verwachten, even los van de vorm van zo’n graancirkel, maar van de pure aanwezigheid van een sterk leycentrum binnen een graancirkel. Een piramide is een half kristal. Dat wil zeggen: er bevindt zich een helft bovengronds maar in het aardoppervlak gespiegeld bevindt zich het tegendeel, samen vormen ze een compleet kristal, dat de meeste straling heeft vanuit dat vierkant, in acht richtingen.
In dat platte vlak, bijvoorbeeld bij de grote piramide van Gizeh, zal de straling zich langs het aardoppervlak moeten uitstrekken volgens mijn theorie. Vermoedelijk zal zich dit verschijnsel ook nog in twee richtingen in het schuin verticale vlak voordoen, moeilijker voor wichelroedelopers te meten maar vanuit de theorie over stralende kristallen wel te begrijpen, dus nog apart twee maal in acht richtingen. Dus het hart van de piramide zal zeker een bijzonder sterk leycentrum zijn. Als radioamateur leerde ik hoe er voor uitzending van straling behoefte is aan een antennelengte van minimaal een halve golflengte. Op de daken van auto’s echter bevinden zich in de regel antennes van een kwart golflengte, omdat het andere kwart zich gespiegeld in het “aardvlak” van het autodak bevindt. Dus 2 x een kwart is dan een halve golflengte. Dit zal zich naar mijn idee ook voordoen bij alle piramides, die spiegeling.
Omdat stof, hier bedoeld de materie, kracht vasthoudt mogen we ook het omgekeerde verwachten. We zien wat er gebeurt door de vorm van schip en dwarsschip, van kruiskerken, waar zich een-twee-drie etherische vierkanten omheen de vierding bevinden. In het standaard labyrint, met ook die snijdende haakse lijnen net als bij kruiskerken, zijn eveneens drie etherische vierkanten terug te vinden.
Stel je nu eenzelfde kaal landschap voor en zie hoe mensen een materieel, maar daardoor dus ook etherisch, vierkant creëerden.
Dan is mijn stelling, mijn idee, dat wanneer zo’n vierkant ook energie zal vasthouden, dat het centrum, het middelpunt, een leycentrum zal worden, ja, en als het dat nog niet was, dan inderdaad als consequentie zal moeten gaan worden! Dus lijkt het me logisch: een leycentrum in een kaal landschap zal minstens een (1) etherisch vierkant hebben en kennen. Verder onderzoek zou kunnen uitwijzen of alle noord-zuid oriëntaties daarvan eender zouden zijn. In ieder geval zou een stuk onderzoek zich daarop behoren te richten, immers de piramide van Gizeh is precies zo uitgericht. Maar andersom zal een kunstmatig door mensen gecreëerd vierkant het ontstaan van een leycentrum in het centrum van zo’n vierkant afdwingen.
En daarom dus: graancirkel-leycentrum-vierkant(en)!
Ik geloof in de visie van graancirkelonderzoeker Bert Janssen. Maar ik geloof ook in een wisselwerking: enerzijds werden kerken op leycentra gebouwd, maar doordat mensen zich op bepaalde plekken gingen vestigen, en er daardoor een bundeling plaatsvond van vele kleine persoonlijke auraatjes van mensen tot een groter aurisch krachtveld op die bepaalde plekken op aarde, dus van een dusdanig gevormde stad als geheel, die dan een bundeling van menselijke aurische krachten ging vasthouden, dat door die reden van het zich daar gaan vestigen de etherische energie van die plekken sterk toe was genomen. Dus op reeds door menselijke aanwezigheid energetisch toegenomen plekken, plekken waar men zich in beginsel naartoe getrokken had gevoeld omdat ze om wat voor reden dan ook al iets meer positieve kracht uitstraalden, bouwde men vervolgens bepaalde vormen, die door hun specifieke vorm en door sacrale dingen nog meer kracht gingen vasthouden, waardoor het nog sterker werd qua etherische energiebundeling.
Uit mijn onderzoekervaring weet ik bijvoorbeeld, dat ook jongere kerken veel etherische energie kunnen vasthouden, kerken die veel jonger zijn dan het jaar 1350. Want immers zouden kerken van voor de pestepidemie (1348 tot 1352) uitsluitend op voordien door heidenen ontdekte en/of gevormde leycentra gesticht zijn geweest.
Ten dele is dit een mystificatie geweest, dit door Wigholt Vleer extra bijzonder gemaakte jaar 1350. Dus de stelling, dat voordien kerken op sterkere plekken gebouwd werden omdat men leycentra herkende en die zó sterk eerbiedigde, dat men daarom juist kerken op die plekken bouwde, wordt wat afgezwakt, doordat ook veel jongere kerken veel kracht kunnen vasthouden en uitstralen.
Toch is zij ook weer niet onwaar, die stelling over dat jaar 1350, maar naar mijn langzaam gevormde overtuiging is het een wisselwerking. Daarom is het deels een mystificatie. Een wisselwerking tussen enerzijds de aantrekking tot een krachtige plek, maar anderzijds door vestiging op een bepaalde plek, voegde men juist, als grotere groep, als dorp, als stad enz. nog veel energie toe aan die plek. Daarom denk ik dat graancirkelonderzoeker Bert Janssen met het vierkantverhaal om graancirkels heen gelijk heeft. Wat betreft de vierkanten bij het labyrint en de kruiskerk, hoewel de metingen daarvan inderdaad etherisch vastgesteld worden, want met onze wichelroedenmetingen doen we immers middels etherische energie
(zoals ik aantoonde in het Kaapse Viooltjesverhaal in mijn website http://www.handboekbinderij-vanderleeden.nl/ ), zou je die toch tevens van binnen naar buiten mogen beschouwen als etherisch-astraal-mentaal. Dus behorende bij drie verschillende aurische gebieden.
Labyrint
Bij het bewandelen van een labyrint ( vergelijk dit maar met de tekening en de tekst in de website http://www.handboekbinderij-vanderleeden.nl/ ) begeven we ons naar binnen en naar buiten, naar het middelpunt en weer terug (2x) en passeren we 3 x 4 hoekpunten van drie energieke vierkanten (12x). En doorlopen we ook nog eens binnenste en buitenste regionen van een labyrint, respectievelijk van onze eigen bewustzijnsstructuur (2x) en zo komen we aan 2x3x4x2= 48 x een verhelderende werking door het bewandelen van een labyrint. Want zoals ik aantoon in de tekening in mijn website vertegenwoordigt elk hoekpunt een element uit de reeks aarde-vuur-water-lucht waarmee ik op 3×4=12x kom. Dit is dan puur theoretisch, maar voor een deel wel waar, en toont de vierkantenontdekking bij kruiskerken en bij labyrinten dit goed aan!
©Ton van der Leeden, 15 mei 2008.
Meer Achtergrond